The Gaggling Ganders Gang
Een barbershopkoor uit Zeeland

Home
Geschiedenis Barbershop
The Gaggling Ganders Gang
Bestuur
Ons repertoire
Links
Fotogalerij
Wie is wie
commissies
Laatste nieuws
Optredens 2001 t/m 2009
Agenda optredens
Van de dirigent
Voor info
Gastenboek / Guestbook
Video's
Historie GGG
foto's Barbershop Fun Festival 22-09-2007
Gerrit van Riet
Donateurs

 
Herkomst en historie:
De barbershop stijl, met de show en de gein erbij is afkomstig uit Amerika. Het barbershop-zingen in zijn huidige vorm is eigenlijk in 1938 begonnen. Voordien bestond het ook al, als nostalgisch tijdverdrijf. Het genre ontstond, zo wil de geschiedenis, toen Amerikaanse immigranten die zich bij de kapper wilden laten opknappen, de tijd verdreven met zingen. De een begon dan een Iers of Engels volksliedje te zingen en de anderen zochten er een tweede, derde en vierde stem bij.
Natuurlijk deden ze dat niet alleen bij de kapper. Tegen het einde van de 19e eeuw trad in bijna elke revue wel een barbershop-kwartet op. Vooral zwarte stemmen hadden hun invloed, zoals The Ink Spots en The Mills Brothers.
De stijl dankt zijn naam aan de song Play That Barbershop Chord uit 1910.
 
Het zelf zingen verdween naar de achtergrond toen radio en film in zwang raakten. Maar op een goede dag in 1938 bedacht de 46-jarige advocaat Owen C. Cash ( toen hij zich gruwelijk zat te vervelen in een hotel in Kansas-City ) bij wijze van grap, dat het barbershop-zingen een beter lot verdiende. Hij vond een maatje in makelaar Rupert Hall. Samen schreven zij een humoristische uitnodiging aan enkele vrienden en korte tijd later werd in de Roof Garden van de Tulsa Club opgericht de
Society for the Preservation and Encouragement of Barbershop Quartet Singing in America, SPEBSQSA.
De lange naam en de onmogelijke afkorting hoorden bij de grap. Ze verwezen naar de gekke afkortingen van allerlei controlerende regeringscommissies in die tijd. Het idee van Cash en Hall werd een onvermoed succes. Het barbershop-zingen verspreidde zich snel.
Aanvankelijk was deze wijze van zingen een puur mannelijke aangelegenheid. De vrouwen richtten pas in 1945 een eigen organisatie op. Dat gebeurde na een rechtszaak, die werd aangespannen omdat de mannen beweerden dat barbershop niet voor vrouwen bestemd zou zijn. De stijl waaide over naar Europa, waar in verschillende landen barbershopkoren en organisaties werden opgezet.
 
Nederland:
In Nederland begon in 1977 de Amerikaanse Kit de Bolster-Diggs ( getrouwd met een Nederlander ) in IJsselstein met een barbershopkoor voor vrouwen onder de naam IJsselstein Chorus. Het koor sloot zich na enige tijd aan bij de Amerikaanse organisatie Sweet Adelines. Een jaar later begonnen de Nederlandse mannen ( The Heart of Holland Chorus ). Onafhankelijk van deze koren ontstond in 1983 ook het Vlissingse vrouwenkoor Sea Sound Chorus op initiatief van de Amerikaanse Ruth Maple.
Kort daarna volgde in Vlissingen het mannelijke Coastline Chorus.
In 1983 werd tevens de 2e vrouwelijke barbershop-organisatie in Nederland opgericht, Holland harmony.
En in 1987 verenigden de mannen zich in
DABS
(Dutch Association of Barbershop Singers).
Logo van DABS
 
De Stijl:
Barbershop wordt gezongen zonder begeleiding van instrumenten ( a capella ). De akkoorden zijn snel herkenbaar doordat elke toon van een song wordt gezongen als 4-stemmig, harmonisch akkoord.
Typisch kenmerk is ook dat de op 1 na hoogste stem ( lead ) de melodie zingt. Deze stem gloort tussen de andere door.
Daarboven zet de tenor een tweede stem neer. De bass geeft het geluid een solide ondergrond met een donkere, ronde klank. De baritone kleurt het ene moment met de lead, het volgende moment meer met de bass.
Samen produceren ze met hun speciale sound welluidende akkoorden, ringing chords waarin nog eens allerlei boventonen te horen zijn, alsof er minstens vijf stemmen klinken. Met mannen en vrouwen samen lukt dat niet, omdat ze niet allebei dezelfde toonsoort zingen. Vandaar dat mannen en vrouwen slechts bij hoge uitzondering samen op het toneel staan. Even typisch als
de klank is de expressie. Met gebaren en
lichaamstaal ondersteunen de zangers en
zangeressen de bedoeling en de sfeer van de
song. Dat kan weer uitmonden in regelrechte
show, leuk om naar te kijken.
 
 
Muziek lezen?
Een barbershopper hoeft niet per se muziek van de notenbalk te kunnen lezen. De meeste studeren doorgaans met behulp van cassettebandjes of cd's, waarop elke partij apart is ingezongen.
Nodig is wel gevoel voor muziek en show, een redelijke stem en de kunst een toon vast te houden. Het aardige van barbershop is onder andere dat iemand geen opera-stem behoeft te hebben om mee te doen, omdat vier stemmen samen de juiste klank teweeg brengen.
De meeste songs zijn volgens de traditie in het Engels. Sommige barbershoppers kunnen de taal zelf niet spreken, maar toch zingen ze mee en leren hun partij op het gehoor.
 
Optreden:
Voor elk koor en kwartet is een optreden voor een echt publiek iets om naartoe te leven. Het spel met de zaal en het applaus na een performance zijn een belevenis waaraan menigeen warme gevoelens overhoudt. Ook een optreden voor gelijkgestemde zangers op een conventie is een evenement dat grote indruk kan maken. Daar komen alle barber-shoppers uit het land bij elkaar om in koren en kwartetten met elkaar te wedijveren en om veel en langdurig met elkaar te zingen. Elke barbershopper heeft een standaard repertoire ( catsongs ) die hij met elke andere barbershopper waar ter wereld ook kan zingen.
Zo ontstaat er met die anderen een band, zelfs al kan de een de ander niet verstaan. Het kan gebeuren op de Nederlandse conventies, maar ook in Zweden, Amerika, Engeland, zelfs in Nieuw-Zeeland. Regelmatig steken Nederlandse barbershoppers, zowel mannen als vrouwen, de grens over om elders te zingen of alleen maar te kijken en te afterglowen zoals het zingen met elkaar heet na een evenement.
Tijdens de onderlinge wedstrijden ( conventies ) worden de koren en kwartetten beoordeeld door een jury. De categorieën zijn Muziek, Zang en Presentatie. De deel-nemers krijgen punten toegekend plus een uitvoerige beoordeling waarin sterke en zwakke kanten worden aangegeven.
 
Harmony colleges:
De koor- en kwartetleden kunnen voor hun scholing terecht op harmony colleges of workshops van de landelijke organisaties. Daar krijgen ze van buitenlandse en binnenlandse deskundigen coaching en training. Het is ook een evenement waarop iedereen elkaar weer eens ontmoet in een ontspannen, vriendelijke sfeer. Dat staat trouwens ook in de reglementen: "Het bevorderen van kameraadschap tussen barbershoppers".
Eigenlijk is een barbershopkoor een club vrienden die ook nog samen zingen. Behalve zingen zijn er voor de koorleden nog allerlei andere dingen te doen. Ze kunnen meewerken in het bestuur, een show organiseren, de showkleding beheren, deelnemen in de muziekcommissie of de artistieke commissie, het beheren en vervoeren van de risers ( trapsgewijs podium ), optreden als sectional leader of hun steentje bijdragen in de barcommissie.